De waterketen heeft geen techniekprobleem. Ze heeft een organisatiedurfprobleem.

In de watersector praten we graag over innovatie. Over slimme sensoren, geavanceerde zuiveringen, circulaire ambities en digitale transformaties. Maar er schuilt een minder comfortabele waarheid achter: onze grootste uitdaging is niet het gebrek aan techniek, maar het structurele onvermogen om opgaven integraal te organiseren.

 

Neem medicijnresten, verouderde riolen, klimaatstress of PFAS. Elk vraagstuk krijgt zijn eigen traject. We sturen op incidenten.

 

  • Een lokale overstort leidt tot een projectgroep.
  • Een normwijziging tot een innovatieprogramma.
  • Een extreme bui tot wéér een stresstest.

 

De rode draad blijft buiten beeld. Het resultaat is een waterketen die piept en kraakt onder versnipperde verantwoordelijkheden, gescheiden financieringsstromen en uiteenlopende bestuurlijke organen.

Hoe zijn we hier gekomen?

De sector werkt nog altijd vanuit een bestuurlijke inrichting die logisch was voor de opgaven van de vorige eeuw.

 

  • Drinkwaterbedrijven richten zich op productie en distributie.
  • Gemeenten op riolering.
  • Waterschappen op zuivering.

 

Die knip heeft decennialang goed gefunctioneerd. Maar voor de opgaven van 2030 tot 2050, klimaatadaptatie, circulariteit en digitalisering, werkt zij steeds vaker als blokkade in plaats van fundament.


En waar er wél integraal gewerkt werd (zoals bij Waternet), wordt dit op bestuurlijke gronden juist weer ontvlochten. Dat zegt iets over de reflex van het systeem: we vallen terug op het vertrouwde, zelfs als het niet meer werkt.

De gevolgen zijn dagelijks zichtbaar

  • Beleidsdoelen zijn circulair, maar aanbestedingen blijven lineair.
  • Waterbedrijven willen data delen, maar IT-kaders begrenzen de speelruimte.
  • Gemeenten willen klimaatbestendig bouwen, maar rioolvervanging staat pas over twaalf jaar gepland.

 

Iedereen is druk. Maar niemand beweegt écht samen.

Wat dan wél?

Als we willen dat techniek rendeert moet de sector eerst haar organisatiekracht vernieuwen. Dat vraagt om een verschuiving van projectmatige samenwerking naar structurele sturing. Niet nog een convenant maar keuzes die het systeem zelf veranderen.

 

Vier bewegingen zijn daarbij essentieel:

  1. Regionale waterketenregie: eén tafel, één integrale investeringsstrategie, één gedeeld datafundament.
  2. Gezamenlijke financiering van ketenknelpunten: geen schotten in geldstromen als het maatschappelijk probleem gedeeld is.
  3. Digital Twins en voorspellende modellen als standaard werkwijze. Niet als innovatieproject, maar als basis voor planvorming, beheer en investeringskeuzes.
  4. Doorbreken van aanbestedingscycli: gericht op meerjarige, kennisgedreven partnerschappen die ruimte geven voor leren, bijsturen en versnellen.

 

De techniek is er. De kennis is er. De urgentie is er. Wat ontbreekt, is bestuurlijke durf om het systeem zélf ter discussie te stellen.

 

Techniek kan veel. Maar zonder structurele samenwerking blijft het dweilen met dashboards open.

Deel dit bericht:

Facebook
Twitter
LinkedIn