Wie wil ons ‘niet zo schone’ hemelwater hebben?

In de jaren zestig en zeventig waren de rioleur en de zuiveraar het eens: Nederland moet worden gerioleerd. Al het water van huishoudens en straatkolken moest de buis in en naar de zuivering. In een bewonderenswaardig tempo werd gemengde riolering aangelegd. Zo lukte het Nederlandse gemeenten om 99,6% van Nederland via de riolering aan te sluiten op een afvalwaterzuivering van een van onze waterschappen. Nederland is daarmee een wereldwijde koploper.

40 jaar uitfaseren van gemengde riolering: waarom afkoppelen de norm werd

Maar de inzichten zijn veranderd. Al minstens veertig jaar zijn we bezig met het uitfaseren van gemengde riolering en het aanleggen van gescheiden stelsels. Het uitgangspunt: schoon hemelwater hoeft niet naar de zuivering. Sterker nog, onder het motto “hoe dikker het water, hoe beter het zuiveringsproces” wil je dat regenwater juist niet verdunt. Bovendien hebben we hemelwater hard nodig in bodem en oppervlaktewater, als buffer in droge tijden. Hemelwater moet je dus afkoppelen.

Systeemverandering in bestaande wijken vraagt om nieuwe keuzes

Dat vraagt om een systeemverandering in wijken waarvan we dachten dat ze nog vele jaren mee zouden gaan. In veel gemeenten wordt daar hard aan gewerkt. Bedrijven ontwikkelen innovatieve infiltratiesystemen: we moeten hemelwater vasthouden en infiltreren, we zijn blij met elke druppel.

Barstjes in de waterketen: peilbeheerders willen niet elk stadsdruppel erbij

Over die grondgedachte zijn de rioleur en de zuiveraar het nog steeds eens, maar er ontstaan barstjes in de samenwerking. Ook anderen melden zich. De peilbeheerder zit namelijk niet altijd te wachten op grote hoeveelheden afgekoppeld hemelwater. Beheerders van poldergemalen in West-Nederland willen al dat extra regenwater uit de stad er niet altijd bij hebben. Zij vinden dat de stad niet mag afwentelen op het landelijk gebied.

 

En het wordt nóg ingewikkelder, want het ogenschijnlijk logische principe “schoon water hoef je niet te zuiveren” klopt in de praktijk niet altijd.

Hemelwater wordt onderweg vies

Afstromend hemelwater komt in bebouwd gebied van alles tegen: microplastics van autobanden, vogelpoep, blad, peuken en alles wat verder op straat belandt. Daarbovenop gaan er in de praktijk dingen mis. Eén foute aansluiting, ergens in een bijkeuken op privéterrein, kan zorgen voor een onopgemerkte stroom afvalwater in een hemelwaterriool. Door dit soort factoren is hemelwater tegen de tijd dat het oppervlaktewater of infiltratievoorzieningen bereikt soms helemaal niet zo schoon meer.

Dat “te vieze” hemelwater wil de waterkwaliteitsbeheerder niet in het oppervlaktewater hebben. Het schaadt mens en milieu. En de oppervlaktewaterkwaliteit staat in Nederland al onder grote druk, onder meer door vervuiling vanuit industrie en landbouw. Ook in bodem en grondwater willen we geen viezigheid, en terecht. We hebben schoon grondwater hard nodig voor drinkwatervoorziening, industrie en bewatering. Ook de kwaliteit van onze grondwaterbronnen staat onder druk.

Dubbel investeren door een te smalle afweging

Als je niet alleen naar kwantiteit, maar óók naar waterkwaliteit kijkt, voorkom je dat afgekoppeld hemelwater later alsnog voor veel geld naar de zuivering moet. Dit gebeurt helaas in de praktijk: een wijk wordt voor veel geld afgekoppeld, daarna blijkt het hemelwaterriool een negatief effect te hebben op het ontvangende oppervlaktewater, en vervolgens wordt de uitlaat alsnog teruggeleid naar de zuivering.

Dat is dubbel investeren: eerst afkoppelen en dan toch weer terug naar de zuivering brengen. Terwijl het in zo’n geval efficiënter was geweest om het gemengde stelsel te handhaven en te verbeteren.

Hoe komen we uit deze knoop?

Gelukkig kunnen we veel. Het begint bij preventie: hoe zorgen we dat we het water minder vies maken? Denk aan het aan banden leggen van ongewenste bestrijdingsmiddelen voor particulier gebruik, of het niet langer toestaan van zinken dakgoten. En er is meer.

Daarnaast komen er steeds meer mogelijkheden om ingezameld hemelwater voor te zuiveren voordat het naar oppervlaktewater of bodem gaat. Met nieuwe geotextielen kunnen we steeds meer vervuiling uit het water adsorberen. We kunnen ook winst boeken door foutaansluitingen op te sporen en door kolken regelmatig leeg te zuigen. Daar verzamelt zich veel vuil dat zich hecht aan zand. Een logische plek om het gericht te verwijderen.

Daarnaast komen er steeds meer mogelijkheden om ingezameld hemelwater voor te zuiveren voordat het naar oppervlaktewater of bodem gaat. Met nieuwe geotextielen kunnen we steeds meer vervuiling uit het water adsorberen. We kunnen ook winst boeken door foutaansluitingen op te sporen en door kolken regelmatig leeg te zuigen. Daar verzamelt zich veel vuil dat zich hecht aan zand. Een logische plek om het gericht te verwijderen.

Niet alleen afkoppelen, maar beoordelen: hoe schoon is ‘schoon’ hemelwater echt?

De kern is dat we niet alleen moeten kijken naar de hoeveelheid “schoon” hemelwater die bij de zuivering wegblijft, maar ook moeten inschatten hoe schoon dat water in werkelijkheid is. Daarna volgt de afweging: kun je de kwaliteit verbeteren, en wat is de beste plek om te lozen of te behandelen?

Dat vraagt om een integrale afweging waarin zowel kwantiteit als kwaliteit worden meegenomen. Als kennisinstelling zien we graag dat oplossingen worden gekozen op basis van feiten, met een waardengestuurde analyse die over grenzen van financiering en organisaties heen kijkt naar de meest efficiënte en doelmatige keuze.

Verkokering staat die analyse in de weg

Mijn indruk is dat zo’n analyse wordt bemoeilijkt door verkokering in de watersector. Binnen waterschappen, tussen zuiveraars, peilbeheerders en waterkwaliteitsbeheerders. Binnen gemeenten, waar iedereen wensen heeft voor de openbare ruimte en de stedelijk waterbeheerder niet altijd aan het langste eind trekt. En tussen waterschappen en gemeenten, waarbij ook de financiële kant meespeelt.

Over de auteur: Hilde Niezen: directeur-bestuurder van Stichting RIONED

Hilde Niezen is directeur-bestuurder van Stichting RIONED, de kennisautoriteit en koepelorganisatie voor stedelijk waterbeheer: afvalwater, hemelwater en grondwater in steden en dorpen. Sinds 1 januari 2022 geeft zij leiding aan RIONED en werkt zij aan kennisontwikkeling, standaarden en onderzoek dat gemeenten en partners helpt om hun watertaken doelmatig en uitvoerbaar te organiseren.

Stichting RIONED is de koepelorganisatie voor stedelijk waterbeheer in Nederland. Wij zijn er voor en door alle relevante overheden en bedrijven. Inspelend op nieuwe opgaven en mogelijkheden komen wij op voor het belang van stedelijk waterbeheer: goed zorgen voor afval-, hemel- en grondwater in de steden en dorpen. Wij begrijpen en ondersteunen de vakwereld.

Meer over Aqua Nederland

Deel dit bericht:

Facebook
Twitter
LinkedIn